Zoetermeer,
15
juni
2014
|
02:00
Europe/Amsterdam

Interview: Laat vooral de markt het werk doen

Recyclingbedrijven willen voorop lopen in sluiten kringloop van elektronica

Norbert Zonneveld, directeur-secretaris van de Europese branche vereniging van Recyclingbedrijven EERA, is trots op de nieuwe regeling voor de verwerking van e-waste die de overheid na overleg met producenten en recyclers heeft ingevoerd. Hij is hoopvol dat daarmee de ambitieuze Europese inzameldoelstellingen gerealiseerd kunnen worden. De handhaving van de nieuwe marktorde blijft wel een punt van zorg.

“Met de nieuwe regeling is een historische fout hersteld in de manier waarop wij de verwerking van afgedankte elektronica organiseren. In 1996, toen de overheid zich ging beraden op regels voor het verwerken van e-waste, ging zij voorbij aan het feit dat er een recyclingindustrie was die al elektrische apparaten verwerkte. De overheid ging uit van de producentenverantwoordelijkheid en droeg de producenten op een inzamelsysteem te organiseren. En de recyclers moesten vervolgens doen wat hen gezegd werd. Deze keer, in de aanloop naar een nieuwe regeling, heeft de overheid gelukkig een bottom-up benadering gekozen. Zij is met producenten en recyclers rond de tafel gaan zitten om in overleg te bezien hoe Nederland veel meer e-waste kan verantwoorden. De vraag was hoe we in beeld kunnen krijgen wat de recycling-industrie op eigen initiatief verwerkt, naast de veertig procent van het e-waste dat Wecycle, het inzamelsysteem van de producenten, laat verwerken. Daar zijn we op een goede manier uitgekomen. De markt krijgt een volwaardige rol en erkenning en dat werkt. Ik ben er van overtuigd dat wij in Nederland tegen 2019 de nieuwe, veel hogere inzameldoelstelling van de Europese Unie gaan halen.”

Die erkenning is niet gratis: recyclingbedrijven moeten voortaan verplicht gecertificeerd zijn en zij moeten rapporteren wat zij verwerken. Beknot dat de vrijheid van de markt?

“Integendeel, de verplichte certificering legt de basis voor een eerlijke markt. Ieder recyclingbedrijf moet minimaal aan dezelfde kwaliteitsnormen voldoen. De regeling verbiedt bovendien om e-waste af te geven aan niet-gecertificeerde partijen in het buitenland, zodat het niet weg kan lekken over de grens. De partijen die aan de normen voldoen en willen investeren in betere processen en installaties, worden zo beschermd tegen oneigenlijke concurrentie. Deze regeling draagt bij aan een stabielere markt en een structureel gezonde bedrijfstak. Alle recyclingbedrijven zijn daarbij verplicht het e-waste dat zij verwerken aan te melden bij het Nationaal (W)EEE Register. Ook daar is EERA voorstander van. Door registratie wordt de markt transparant. Samen met producenten en terugnamesystemen kunnen wij veel meer e-waste, dat op verantwoorde wijze verwerkt is, rapporteren aan de overheid.”

Gaat iedereen zich aan die verplichtingen houden?

“De handhaving is mijn grootste zorg. Het handhaven van de regeling is een taak van de overheid, maar die weigert zich vooralsnog te committeren. De Inspectie Leefomgeving en Transport stelt haar eigen prioriteiten, zo heet het, en dus kan het ministerie geen toezeggingen doen. De normale verhoudingen zijn zoek in deze extreme scheiding van bevoegdheden. Je kunt niet van recyclingbedrijven eisen dat zij de fracties kwik en cadmium in het fijnstof meten en afvangen, terwijl je weigert om in te staan voor de handhaving van zulke regels in de hele bedrijfstak.

De overheid is de enige partij die bevoegd is om de regels te handhaven. Als je daar geen afspraken over kan maken dan zet je het succes op het spel en blijft valsspelen mogelijk. Dat heeft een enorme ontwrichtende werking op de markt. De Nederlandse EERA-leden willen graag samenwerken met overheid en producenten bij de verdere ontwikkeling van het model en daar afspraken over maken in een ‘Green Deal’. Maar zij gaan geen deal tekenen als de overheid elke verantwoordelijkheid voor adequate handhaving blijft afwijzen.”

Gaan de verwerkers in de nieuwe marktorde de rol van een collectief inzamelsysteem voor producenten op zich nemen, zoals Wecycle dat doet en sinds kort ook WEEE NL?

“WEEE NL is een initiatief van één van onze leden, Recydur. Het zou kunnen dat er meer recyclingbedrijven zullen volgen en in opdracht van deelnemende producenten gaan werken zodat die zich via het collectieve systeem van hun verantwoordelijkheid kwijten. Maar de afgelopen 15 jaar heeft het gelijk van de producentenverantwoordelijkheid als drijvende kracht van het stelsel zich niet bewezen. De markt van schroothandel en verwerkers is in feite bepalend. Om succesvol te zijn is het noodzakelijk om aansluiting te vinden bij de marktwerking. De helft tot twee derde van al het e-waste kan op commerciële basis worden verwerkt. De onkostenvergoeding die Wecycle aan gemeenten betaalt voor het inzamelen, is voor deze stromen niet nodig. Bovendien hebben de gemeenten een zorgplicht voor de verwijdering van afval en ik zie niet in waarom zij daarvoor vergoed zouden moeten worden. Zonder vergoeding neemt de markt zonder enige interventie of subsidie meer dan de helft van het e-waste voor zijn rekening, verwerkt het volgens de kwaliteitsnormen en wint er grondstoffen uit terug. Met de nieuwe regeling is iedere inzamelaar en dus ook de gemeente verplicht om het naar gecertificeerde verwerkers te sturen. We moeten dan nog financiering vinden voor de resterende portie, waarvoor de logistieke en/of verwerkingskosten hoger zijn dan de recyclingopbrengst. Voor de korte en middellange termijn kunnen de voorzieningen van de productstichtingen van de producenten uitkomst brengen, maar op langere termijn moeten we voor deze verliesgevende portie creatieve financieringsvormen vinden. Een stelsel van collectieven die elk namens hun deelnemende producenten een portie verantwoorden, is omslachtig. Er zijn effectievere stelsels denkbaar, bijvoorbeeld de introductie van statiegeld voor toxische en verlieslatende producten als lampen en batterijen. Die geven meteen de gebruiker een prikkel om zijn afgedankte producten gescheiden in te leveren.”

Met het afschaffen van de verantwoordelijkheid vermindert wellicht ook de betrokkenheid van producenten bij de verantwoorde verwijdering van de producten die zij op de markt hebben gebracht. Vindt u dat wenselijk?

“De producentenverantwoordelijkheid was oorspronkelijk vooral bedoeld om producenten te prikkelen om meer duurzame producten te maken. Maar die prikkel heeft niet gewerkt. Producenten bewijzen lippendienst aan Ecodesign, maar ik zie er in de praktijk weinig van terug. De Europese regelgeving op dit vlak concentreert zich op gedetailleerde regels over wat wel en niet mag, in plaats van doelen te stellen. Ik geloof veel meer in het verhogen van het bewustzijn, door producenten te verplichten een milieu-assessment van hun producten te maken, zowel tijdens de levensduur als daarna in afvalstadium. Maak die assessments openbaar, organiseer vergelijkende overzichten en laat NGO’s en publieke opinie zich erover uitspreken. Producenten zijn gevoelig voor hun reputatie. Zo’n verantwoording geeft een veel sterkere prikkel om duurzamere producten te maken dan de verantwoordelijkheid voor verwijdering van afgedankte producten. Betrokkenheid daarbij is ook niet nodig wanneer de markt de verwijdering voor zijn rekening neemt.”

Is het Nederlandse model dat zich nu ontwikkelt wel compatibel met de stelsels in de rest van Europa?

“We hebben helaas geen Europees model. Afval was vanouds een lokaal probleem dat via de lokale stortplaats werd opgelost. Met de opkomst van de afvalverbrandingscentrales schoof de organisatie naar een regionaal en nationaal niveau. Maar daar is het nooit bovenuit gestegen, terwijl de recyclingmarkt zich wel naar internationaal niveau opwerkte. Je ziet dat terug in de spanning tussen de Europese richtlijn die dan weer in elke lidstaat in eigen regelgeving wordt geïmplementeerd. Het Nederlandse model is overigens niet uniek. Ook in Ierland is voor verplichte certificering gekozen, net als de Scandinavische landen. België kent een systeem van verplichte audits, dat enigszins op de Nederlandse opzet lijkt. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben er niet voor gekozen. Maar dat kan nog komen. Als wij laten zien dat het Nederlandse model geweldige resultaten boekt, dan zullen zij dit voorbeeld volgen. EERA zal zich daarvoor blijven inzetten.”

“Producentenverantwoordelijkheid werkt!
“De bijdragen die recyclingbedrijven op eigen initiatief nemen in de inzameling en recycling van e-waste, krijgen meer zichtbare erkenning. De intensivering van de samenwerking met marktpartijen bouwt voort op de successen die het inzamelsysteem van de producenten en hun uitvoeringsorganisatie wecycle de afgelopen 15 jaar hebben bereikt”, zegt Jeroen de Roos, bestuurslid en woordvoerder van de Vereniging NVMP. “In 1999 hebben de producenten hun verantwoordelijkheid genomen en als eerste ter wereld een nationaal systeem voor de inzameling en recycling van e-waste opgezet”, aldus De Roos.“ Bijna alle producenten en importeurs van lampen en elektrische apparaten, in totaal zo’n 1600, nemen deel aan het collectieve systeem. Er zijn geen ‘free riders’, zodat de bijdragen van het systeem eerlijk worden verdeeld.” Het succes van de inzameling onder producentenverantwoordelijkheid blijkt volgens het NVMP-bestuurslid ook uit de inzamel- en recyclingprestaties. Onder regie van uitvoeringsorganisatie Wecycle wordt per hoofd ruim 8 kilo ingezameld, verwerkt en aan de overheid gerapporteerd. Dat is twee maal zoveel als de wet vereist. Het percentage herwonnen grondstoffen ligt op 85 procent, eveneens ruim boven de wettelijke eisen. “Om een volgende stap te kunnen zetten naar veel hogere inzameldoelstellingen, krijgt de markt nadrukkelijk een rol als gecertificeerde, registrerende partij’, concludeert De Roos. “Nederland kan die stap gaan zetten vanaf een solide uitgangspositie die onder de producentenverantwoordelijkheid is opgebouwd.”
Over LightRec

Retour is een uitgave van de producenten en importeurs van elektrische apparaten en energiezuinige verlichting, verenigd in de NVMP. Hiermee houdt de NVMP u twee keer per jaar op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op het gebied van e-waste in Nederland en Europa. De standpunten van de producenten en importeurs over diverse onderwerpen vindt u op nvmp.nl. Hier staat ook nadere informatie over de productstichtingen die met elkaar de Vereniging NVMP vormen: Stichting Bruingoed, Stichting ICT Milieu, Stichting LightRec Nederland, Stichting Metalektro Recycling, Stichting Verwerking Centrale Ventilatoren, Stichting Verwijdering Elektrische Gereedschappen en Stichting Witgoed.