Zoetermeer,
25
november
2016
|
00:00
Europe/Amsterdam

Het register staat, nu nog de registraties

De Regeling AEEA eist dat over drie jaar de hoeveelheid afgedankte elektrische apparaten en lampen die wordt ingezameld en op een verantwoorde manier wordt verwerkt gelijk is aan 65 procent van de nieuw op de markt gebrachte apparatuur. Het Nationaal (W)EEE Register meldt dat het inzamelpercentage in 2015 op 42 procent bleef steken. “Wat nu?”, vroeg Retour aan betrokken partijen.

Het geregistreerde volume is in 2015 met twee procent gegroeid. Maar liefst 145 miljoen kilo in Nederland afgedankte apparaten en lampen - Waste Electric and Electronic Equipment of WEEE in jargon - is volgens de regels verwerkt door WEEELABEX-gecertificeerde bedrijven. Maar de verkoop van nieuw verkochte elektr(on)ische apparaten groeit veel sneller, met tien procent. Daardoor wordt het gat tussen de feitelijk ingezamelde hoeveelheid en de inzameldoelstelling, die worden uitgedrukt in een percentage van het volume dat op de markt wordt gezet, groter in plaats van kleiner.

In 2014 kwam Nederland nog 62 miljoen kilo te kort om aan de vanaf 2019 geldende inzameldoelstelling te voldoen. Vorig jaar is dat opgelopen tot 83 miljoen kilo. Hoe keren wij die trend? En waar moet het gezochte volume vandaan komen?

Verontrustend
“De tegendraadse ontwikkeling in het afgelopen jaar is in enige mate beïnvloed door de zonnepanelen”, zegt Norbert Zonneveld, executive secretary van de vereniging van recyclingbedrijven EERA. “Zonnepanelen komen in grotere aantallen op de markt, maar worden nog nauwelijks ingezameld waardoor de inzamelpercentages worden vertekend. Niettemin is de afstand tot de doelstelling zorgwekkend. Wij zijn bijna twintig jaar bezig in Nederland met wetgeving op inzameling en verwerking van e-waste en het stelt teleur dat we nog niet verder zijn.”

“Het ligt niet aan gebrek aan inzet”, zegt Rob Wierenga, hoofd Consumentenelektronica & Installatie-Retail van Uneto-VNI. “Onze leden zetten zich in om de eindgebruiker op een verantwoorde inname te wijzen, bijvoorbeeld door bij de bezorging van nieuwe apparaten direct te vragen of we nog afgedankte exemplaren mee kunnen nemen. Maar niet iedereen doet dat en met name een aantal online retailers neemt hierin nog niet zijn verantwoordelijkheid.”

Mark van Waas van de VNG en Ilse van der Grift van de vereniging van reinigingsbedrijven NVRD slaan hierop aan. “Met de opkomst van webwinkels, marktplaats en bezorging aan huis, is het een zaak van ons allemaal geworden om de apparaten op de juiste manier bij de verwerker te krijgen”, zegt Van der Grift. “De tijd van alleen inzameling via de gemeente is voorbij en er is meer aandacht voor kringloop en preventie”, constateert Van Waas.” Vraag is natuurlijk wel waarom er minder apparaten ingezameld worden dan dat er op de markt komen. Het is goed om in kaart te brengen hoe de stromen lopen zodat ze op de juiste manier gerecycled en geregistreerd worden.”

Wasmachines buiten beeld
Uit de cijfers van het Nationaal (W)EEE Register blijkt dat groot witgoed ongekoeld, dus met name wasmachines, buiten de registratie blijven. Er is in 2015 maar liefst 119 miljoen kilo aan nieuwe apparaten op de Nederlandse markt gebracht terwijl slechts 45 miljoen kilo afgedankte wasmachines is geregistreerd. De (schroot- en metaal-) handel is dol op het grote volume staal en de roestvrijstalen trommels van deze apparaten, maar neemt blijkbaar vaak niet de moeite om die door een gecertificeerde verwerker te laten verwerken en bij het register te laten melden. “De gemeenten zouden daar wat aan kunnen doen”, meent Norbert Zonneveld, “maar zij zijn vaak slecht geïnformeerd over het afgeven van dit soort apparaten en de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) zouden hen beter kunnen controleren op hun ketenaansprakelijkheid. Daarnaast is handhaving bij verwerkers vereist”, zegt hij. “Het probleem van voorshreddermateriaal bij verwerkers die grote gemengde stromen behandelen waarin wasmachines en andere elektrische apparaten verloren gaan, verdient serieuze aandacht. Verder is er voor de inspecties sprake van een overgangssituatie: de Regeling AEEA vereist certificering maar in de milieuvergunningen van verwerkers staan dergelijke eisen niet.”

Klein leed
De geregistreerde inzameling van kleine huishoudelijke apparaten blijft steken op 35 procent van het nieuw verkochte volume, ondanks publiekscampagnes en inzamelbakken in winkels en ondanks een relatief grote bijdrage van verwerkers aan de registratie. “The last mile blijft een uitdaging”, erkent Rob Wierenga. “Dat is vooral een kwestie van de mindset van de consument, en wij zijn aan het kijken of wij die kunnen beïnvloeden. Ook als je online bestelt, moet je nadenken over inleveren van je oude apparaat bij de winkel. Zonder de bijdrage van de eindgebruiker komen wij er niet.”

Zonneveld legt de nadruk op voorlichting op scholen en algemene voorlichting door producenten over gevaarlijke componenten/materialen in hun producten. “Gegeven het feit dat producten in het algemeen kleiner en complexer van samenstelling worden, is de noodzaak van betere voorlichting des te groter. Gebruikers moeten goed geïnformeerd worden zodat zij zich er bewust van zijn dat zij zorgvuldig moeten afdanken.”

Van Waas en Van der Grift verwachten een positieve impuls van de nieuwe VANG-doelstellingen waar de gemeenten aan werken, gericht op zo min mogelijk en vanaf 2050 geen restafval. “Dat stimuleert een betere scheiding van huishoudelijk afval en dus ook meer gescheiden inleveren van e-waste. Laagdrempelige inzamelbakken en -locaties helpen om dat inleveren gemakkelijker te maken.”

Bijdrage verwerkers
Uit de cijfers van het register blijkt dat Wecycle en andere collectieve inzamelsystemen veruit de belangrijkste registrerende partijen zijn, en dat recyclingbedrijven eveneens een belangrijke bijrol spelen. Zij nemen 23 van de geregistreerde 145 miljoen kilo voor hun rekening, met name ICT en kleine huishoudelijke apparaten. Kunnen zij hun bijdrage nog vergroten? “Jazeker”, zeggen de woordvoerders van VNG en NVRD. “Wij denken dat het belangrijk is aan de achterkant goed te controleren, zodat apparaten op de juiste manier verwerkt worden en oneigenlijke verwerking wordt aangepakt.”

“Jazeker”, zegt ook verwerkers-voorman Norbert Zonneveld. Hij richt zijn kritiek op het huidige business model. “Dat gaat uit van marktwerking, maar dat werkt alleen naar behoren voor afgedankte producten met een hoge intrinsieke waarde. Producenten eisen lagere kosten van inzamelsystemen, vervoerders en verwerkers en veroorzaken daarmee een negatieve prijsspiraal”, zegt hij. “In de huidige gereguleerde markt is een fundamentele wijziging van het model nodig om de geambieerde doelstellingen te behalen. Overigens is de Nederlandse wetgeving in goede samenwerking tot stand gekomen. Het is nu zaak om gezamenlijk op te trekken bij het effectueren hiervan”, constateert Zonneveld. “Eerste stappen worden gezet op het gebied van handhaving en het ministerie kan zich nu richten op wie welke verantwoordelijkheid draagt en, op termijn, ook op daadwerkelijk afrekenen. Bij export moet de verwerking van afgedankte producten in het buitenland aan dezelfde eisen voldoen als van Nederland. Er wordt nu te veel misbruik gemaakt van het grijze gebied.”

Retour, over inzameling en recycling van e-waste

Retour is een uitgave van de producenten en importeurs van elektrische apparaten en energiezuinige verlichting, verenigd in de NVMP. Hiermee houdt de NVMP u twee keer per jaar op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op het gebied van e-waste in Nederland en Europa. De standpunten van de producenten en importeurs over diverse onderwerpen vindt u op nvmp.nl. Hier staat ook nadere informatie over de productstichtingen die met elkaar de Vereniging NVMP vormen: Stichting Bruingoed, Stichting ICT Milieu, Stichting LightRec Nederland, Stichting Metalektro Recycling, Stichting Verwerking Centrale Ventilatoren, Stichting Verwijdering Elektrische Gereedschappen en Stichting Witgoed.