Zoetermeer,
13
mei
2016
|
14:50
Europe/Amsterdam

Gevecht tegen lekken in de kringloop

Circulaire economie vereist gecoördineerde actie

Een economie die grondstoffen optimaal gebruikt biedt lonkende perspectieven voor de groei van economie en werkgelegenheid met minder milieubelasting. Ook in de hoek van elektronica met zijn relatief waardevolle materialen valt veel te winnen. Maar dat gaatniet vanzelf. De lekken in de gesloten kringloop zijn koppig en vaak niet eenvoudig te dichten: er is werk aan de winkel!

Europa gaat slordig om met grondstoffen. De gemiddelde Europeaan gebruikt in zijn leven 16 ton aan materialen, voor het overgrote deel eenmalig, berekenen McKinsey en de Ellen MacArthur Foundation in het rapport Europe’s circular economy opportunity. Van de materialen die hij afdankt wordt zestig procent gestort of verbrand. Wat een verspilling.

Als Europa een gesloten kringloop zou realiseren waarin al die materialen worden hergebruikt of gerecycled, dan zou dat volgens de onderzoekers tot zeven procentpunt extra economische groei op kunnen leveren met een bijpassend positief effect op de werkgelegenheid. In Nederland is het perspectief al even lonkend. TNO berekende in opdracht van het ministerie van IenM dat een volledige transitie naar een circulaire economie goed is voor naar schatting 7,3 miljard euro extra economische groei en 54.000 banen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gouden belofte
Met zo’n gouden belofte in beeld is het niet verwonderlijk dat een gesloten grondstoffenkringloop hoog op de politieke agenda staat. De Europese Commissie publiceerde tegen het einde van vorig jaar onder auspiciën van eerste vicevoorzitter Frans Timmermans een ambitieus beleidspakket met wijzigingsvoorstellen voor verschillende relevante richtlijnen. Nederland heeft het tijdens zijn voorzitterschap van de Europese Unie prioriteit gemaakt op de agenda.

Niet alleen de politiek reageert op de wervende kracht van een gesloten kringloop. Het ideaal geeft actualiteit en richting aan de discussie over duurzaam gebruik van grondstoffen. Het verhoogt het bewustzijn van consumenten en bedrijven, zet producenten aan om te investeren in slimmere en meer duurzame producten, prikkelt tot initiatieven voor hergebruik en reparatie en geeft een impuls aan inzameling en recycling van afgedankte apparaten.

Dat geldt ook voor elektrische apparaten, elektronica en verlichtingsapparatuur waarin relatief veel waardevolle grondstoffen zijn verwerkt. Slechts een deel van die materialen wordt gebruikt in kleine hoeveelheden en in complexe samenstellingen, wat het herwinnen uitdagend maakt.

Nederland heeft sinds de eeuwwisseling in Europa vooropgelopen in het organiseren van een collectief inzamelsysteem voor e-waste. Onder verantwoordelijkheid van producenten heeft uitvoeringsorganisatie Wecycle een landelijk netwerk van inleverlocaties in winkels en op de gemeentelijke milieustraten gerealiseerd. Gecertificeerde recyclingbedrijven worden vervolgens gecontracteerd om de verschillende soorten afgedankte apparaten en lampen met een optimaal recyclingresultaat te verwerken.

Daarmee is de gesloten kringloop voor elektronica nog niet gerealiseerd. Ook voor gidsland Nederland blijft er nog een lange weg te gaan.

Onzorgvuldig afdanken
Een belangrijke lekstroom ontstaat bij het afdanken: consumenten en bedrijven gooien afgedankte apparaten of lampen weg of geven lang niet alle afgedankte apparatuur af bij de goede inzamelpunten. Wat niet gescheiden wordt ingeleverd, komt terecht in het restafval en het sloopafval, waardoor het niet gerecycled wordt en de grondstoffen verloren gaan. Of in de metaalhandel waar het niet meer traceerbaar is en waarschijnlijk ook niet optimaal verwerkt wordt.

Het bewustzijn rond gescheiden inleveren is de laatste vijftien jaar al sterk toegenomen. De Vereniging NVMP heeft over de jaren gemiddeld 2 à 3 miljoen euro per jaar geïnvesteerd in acties en campagnes die consumenten en installateurs wijzen op het belang van gescheiden inleveren van afgedankte apparaten voor optimale recycling. Bovendien is een dicht netwerk van inmiddels meer dan 10.000 inzamelpunten georganiseerd. Bij veel bekende winkelketens (supermarkten, elektronicawinkels, doe-hetzelfzaken en tuincentra) kunnen afgedankte apparaten gratis worden ingeleverd in speciale inzamelbakken, en bij alle gemeentelijke milieustraten staan speciale containers opgesteld.

Niettemin komt nog altijd tien procent van het e-waste terecht in rest- en sloopafval en een groter deel komt in de handel terecht en kunnen wij niet traceren. Gedragsverandering gaat langzaam en heeft voortdurende aandacht nodig.

Fysische en technische beperkingen
Als afgedankte apparatuur via het reguliere inzamelsysteem goed terechtkomt bij een gecertificeerde verwerker, zijn er fysische en technische beperkingen aan het volledig terugwinnen van alle grondstoffen. In metallurgische recycling worden bepaalde stoffen slachtoffer van het proces, omdat zij in minieme hoeveelheden of in complexe samenstellingen ongrijpbaar zijn. Grondstoffen kunnen ook als shredderstof verloren gaan.

Aanpassingen in het ontwerp van de apparatuur of van de recyclingtechniek kunnen dit verlies verminderen, maar niet helemaal uitsluiten.

Met name het gewenste design for recycling moet in veel gevallen van verre komen, van elektronicaproducenten elders in Europa, de VS en met name in Azië. Het verbeterde ontwerp moet dan nog zijn weg naar de markt vinden en zijn gebruiksduur uitdienen, voordat het zijn heilzame werk in de recycling over vele jaren kan doen.

Daarnaast zijn er stoffen die door recycling niet meer hun ‘virgin’-kwaliteit terugkrijgen. Gaat het om verlies van uiterlijke eigenschappen, bijvoorbeeld verlies van glans of kleurverschillen in herwonnen plastics, dan kan een mentaliteitsverandering bij de consument uitkomst bieden: liever duurzaam dan uiterlijk perfect. Verlies van functionele kwaliteiten is moeilijker weg te werken. Lood- en bariumhoudend beeldbuisglas bijvoorbeeld wordt in het tijdperk van platte schermen niet meer gebruikt. Aan deze ‘down cycling’ is, afgezien van aanpassing in het ontwerp, weinig te doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Economische barrières
Economische afwegingen van hoge recyclingkosten en/of lage opbrengsten staan in de weg aan een optimale herwinning van grondstoffen. Binnen economische grenzen geeft bedrijfsmatig denken bijvoorbeeld voorrang aan waardevolle koper- of ferro-fracties in het recyclingproces. Herwinning is voor een ondernemer niet interessant als herwonnen materiaal duurder is dan virgin-materiaal.

Zonder gezond business model zal verwerking altijd opnieuw onder druk staan en zal optimalisatie van processen achterwege blijven. Harde normen voor het herwinnen van alle grondstoffen en de strenge handhaving daarvan kunnen het verlies aan onrendabele stoffen beperken. Subsidiëring kan zulke processen winstgevend maken, maar de continuïteit en houdbaarheid van subsidieregelingen blijkt in de praktijk kwetsbaar. Het is belangrijk een duurzame relatie aan te gaan met verwerkers en dat kan alleen als er ‘rust’ in de markt is met een horizontaal speelveld (level playing field). Alleen dan kan een recycler investeren in nieuwe technieken.

 

 

 

 

Lekken in hergebruik
Reparatie en refurbishing maken hergebruik van elektrische apparaten mogelijk. Dat verlengt hun gebruiksduur. De duurzaamheidswinst van hergebruik moet wel afgewogen worden tegen bijvoorbeeld het energieverbruik. Het energieverbruik is bij onder andere oude stofzuigers, koelkasten of wasdrogers veel hoger dan bij nieuwe en het is dan ook de vraag of een tweede leven voor zulke oude apparaten wenselijk is.

Een tweede punt van aandacht is dat veel gerefurbishede (ICT-)apparatuur geëxporteerd wordt naar opkomende markten. Ook daar worden deze apparaten uiteindelijk afgedankt. Recycling staat daar op een veel lager niveau dan hier. De duurzaamheidswinst van gebruiksduurverlenging moet in dit geval worden afgewogen tegen grondstoffenverlies of milieuschade die in de informele recyclingindustrie in die landen kan ontstaan.

Binnen de economische context kunnen regulering en certificering helpen deze lekken te dichten. Daarbij moeten zowel energieverbruik als de duur van gebruik en recyclingmogelijkheden op de exportbestemming worden beoordeeld. Handhaving van de regels is essentieel voor effectieve werking hiervan. Tot slot komen ook gerefurbishde apparaten in de afdankfase waarbij het zaak is deze gescheiden in te leveren voor recycling.

Gecoördineerde actie
De beschrijving van de lekken en de opties om die te dichten, geeft aan dat alle partijen in de keten daarin een rol spelen. Producenten hebben een verantwoordelijkheid om het proces te organiseren en nemen die ook. Via hun inzamelsystemen, of liever: ‘herwinningssystemen’, zijn zij de regisseurs van de inzameling en recycling in die kringloop. Maar het succes van hun inspanning is afhankelijk van de actieve medewerking van consumenten en bedrijven en samenwerking met gemeenten, winkeliers, kringloop-bedrijven en installateurs. Het regisseren is dan ook vooral een kwestie van krachten bundelen en consequent beleid voeren.

Het succes is ook afhankelijk van de verwerkende industrie, die moet zorgen dat de grondstoffen op een verantwoorde manier worden herwonnen. Een effectieve kringloop van grondstoffen is zoveel mogelijk self propelling, gedreven door een gezond business model en met zo min mogelijk kwetsbare subsidieregelingen. Concurrentie is een goed mechanisme om het proces (kosten)efficiënt te maken, maar in een systeem waar strenge kwaliteitsnormen gelden moet die concurrentie wel eerlijk zijn. De overheid speelt een essentiële rol in de handhaving van een gelijk speelveld, waarop alleen gecertificeerde partijen worden toegelaten die concurrerend werken op het vereiste kwaliteitsniveau.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inzamelsysteem toegerust op ambities EU
Het Actieplan voor de Circulaire Economie van de Europese Commissie richt zich onder meer op inrichting van de inzamelsystemen van producenten in de verschillende lidstaten. De eisen worden aangescherpt. Voor de producenten en importeurs in Nederland, en specifiek die van elektrische apparaten, elektronica en verlichting, bevat die wetgeving weinig schokkends: de inzamelsystemen voldoen hier al goeddeels aan de gestelde eisen.

Een voorgestelde richtlijn over inzamelsystemen eist in de eerste plaats een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden onder producenten en inzamelsystemen, gemeenten en verwerkers. Dat is geregeld. De overgrote meerderheid van de producenten heeft zich aangesloten en draagt bij aan een collectief inzamelsysteem. Dat inzamelsysteem sluit contracten met zowel gemeenten als verwerkers, waarin de onderlinge verhoudingen helder zijn vastgelegd. Daarbij is voorzien in de vereiste adequate self-control mechanismen, ondersteund door geregelde audits.

De inzamelsystemen doen vervolgens alleen zaken met gecertificeerde verwerkers die voldoen aan Europese normen voor de verantwoorde behandeling en recycling van e-waste. Dat is in Nederland (net als in België en Ierland) een wettelijke verplichting die verder gaat dan in de andere lidstaten. De inzamelsystemen besteden contracten voor transport en verwerking van het ingezamelde e-waste aan in open concurrentie tussen gecertificeerde partijen. MKB-verwerkers die het WEEELABEX-certificaat hebben, krijgen bij inschrijving op aanbestedingen gelijke kansen, zoals de voorgestelde richtlijn eist.

Nederland heeft verder het vereiste openbare registratiesysteem operationeel. Onder de Nederlandse Regeling AEEA zijn alle producenten en importeurs sinds 2014 verplicht om bij een nieuw opgericht Nationaal (W)EEE Register te melden hoeveel nieuwe apparaten en lampen zij op de markt hebben gebracht. Verwerkers moeten bij het register melden hoeveel kilo van welke materiaalstromen zij hebben verwerkt en met welk recyclingresultaat.

De Europese Commissie wil dat lidstaten maatregelen nemen om gebruikers te informeren over inzamelsystemen. Bevordering van gescheiden inzameling door prikkels of regelgeving wordt aanbevolen. Nederland laat zowel voorlichting als prikkels over aan de producenten en dit wordt ingevuld door de inlevercampagnes en inzamelpilots van met name Wecycle. Het zal Nederland relatief weinig moeite kosten om aan de nieuwe richtlijn te voldoen, als die straks wordt vastgesteld. De energie kan volledig gericht worden op het verhogen van het inzamelvolume naar het niveau dat Europa ten doel stelt.

Retour, over inzameling en recycling van e-waste

Retour is een uitgave van de producenten en importeurs van elektrische apparaten en energiezuinige verlichting, verenigd in de NVMP. Hiermee houdt de NVMP u twee keer per jaar op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op het gebied van e-waste in Nederland en Europa. De standpunten van de producenten en importeurs over diverse onderwerpen vindt u op nvmp.nl. Hier staat ook nadere informatie over de productstichtingen die met elkaar de Vereniging NVMP vormen: Stichting Bruingoed, Stichting ICT Milieu, Stichting LightRec Nederland, Stichting Metalektro Recycling, Stichting Verwerking Centrale Ventilatoren, Stichting Verwijdering Elektrische Gereedschappen en Stichting Witgoed.

Uw reacties en ideeën zijn welkom via info@nvmp.nl

Downloads
Stichting LightRec
Baron de Coubertinlaan 7
2719 EN Zoetermeer
Tеl: (079) 7600 630
Email:

Direct naar
Deel dit bericht
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws