Zoetermeer,
30
november
2015
|
11:00
Europe/Amsterdam

De nieuwe structuur van WEEE

Nederland heeft nieuwe processen ingericht voor de inzameling en recycling van afgedankte elektrische en elektronische apparaten en verlichting (e-waste). Deze gaan uit van het ‘all actors’ principe, waarbij alle partijen in de keten hun bijdrage leveren. De hele keten neemt via nieuwe gremia deel om te zorgen dat zoveel mogelijk afgedankte apparaten verantwoord verwerkt worden. Samenwerking is vereist om te kunnen voldoen aan de hoge inzameldoelstellingen en aangescherpte kwaliteitsnormen

Alle betrokken partijen in de keten, van producent, via verkoopkanalen tot inzameling en verwerking, nemen deel aan het Monitoringsberaad. Dit gremium volgt hoe Nederland vordert met het realiseren van de nieuwe ambitieuze inzameldoelstellingen en adviseert hoe het beter kan. De collectieve inzamelsystemen van producenten en importeurs overleggen in de ProducentenRaad hoe zij het beste kunnen voldoen aan hun verantwoordelijkheid binnen het systeem.

Producenten, hun inzamelsystemen en de verwerkers melden vervolgens bij een onafhankelijke stichting, het Nationaal (W)EEE Register, hoeveel apparaten zij op de markt hebben gebracht en hoeveel afgedankte apparaten zij hebben verwerkt. Het register rapporteert de geheel geanonimiseerde gegevens aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu, zodat Nederland een accuraat inzicht heeft in de kringloop en wat daar nog aan ontbreekt.

De oorsprong voor deze nieuwe opzet is gegeven in overleg tussen de overheid, de producenten die de apparatuur op de markt brengen en de bedrijven die afgedankte apparaten verwerken. Zij stonden in de zomer van 2012 bij de invoering van een nieuwe Europese richtlijn over ‘Waste Electric and Electronic Equipment’, WEEE, voor de vraag hoe zij konden voldoen aan de doelstelling om in 2019 65 procent van het gewicht van de nieuw op de markt gebrachte apparatuur in te zamelen en te verwerken.

De doelstelling is uiterst ambitieus: 65 procent van ‘Put on Market’ komt overeen met 85 procent van alle afgedankte apparaten, die vijf, tien of twintig jaar eerder zijn aangeschaft. Elk jaar gaan we immers meer apparaten gebruiken en groeit de op de markt gebrachte hoeveelheid. Onderzoek wijst uit dat ongeveer eentiende van alle afgedankte apparatuur in het rest- en sloopafval terechtkomt en dat nog eens eentiende niet te traceren is, bijvoorbeeld omdat het in andere gescheiden afvalstromen terechtkomt. Om de doelstelling te halen, moet Nederland dus zorgen dat alle traceerbare stromen goed terechtkomen en goed geregistreerd worden, én nog een deel van het e-waste uit het restafval en andere stromen wordt teruggehaald.

Er is een wettelijke plicht om aan inzameling en recycling mee te werken. Zo moeten producenten en importeurs die apparaten op de markt brengen hun verantwoordelijkheid nemen voor het organiseren van de verwijdering na gebruik, gemeenten hebben een zorgplicht voor afval, winkeliers zijn verplicht oude apparaten in te nemen bij aankoop van nieuwe en grote elektronicawinkels moeten zelfs aangeboden kleine oude apparatuur innemen, en verwerkers moeten het e-waste dat zij binnenkrijgen volgens strikte normen recyclen.

Ook al doen partijen alles dat de wet van elk van hen eist, dan nog worden de doelstellingen niet vanzelf behaald. Dat vereist een extra inspanning van alle partijen in de keten. Die organiseren zij samen, te beginnen in het Monitoringsberaad.

Het Monitoringsberaad

Twintig organisaties met éen opdracht

“Het is een uitdaging om tot constructief resultaat te komen in een beraad waar dertig vertegenwoordigers van twintig verschillende organisaties bij betrokken zijn”, zegt voorzitter Ton Holtkamp. Maar na twee bijeenkomsten, eind april en medio juni, is hij niet ontevreden over de resultaten. De voorzitter en zijn secretariaat houden tussen bijeenkomsten door het overleg in bilaterale contacten levendig, door te vragen naar voortgang en te overleggen over nieuwe stappen en nieuwe prioriteiten.

“Wij zullen wel moeten”, zegt Holtkamp. “Dit overleg is ingesteld om de overheid en alle partijen in de keten te betrekken bij de verhoging van inzamel- en recyclingpercentages die nodig is om de wettelijke doelstellingen te halen.” Een inzamelniveau van 45 procent van de nieuw verkochte elektrische apparaten, dat volgend jaar gehaald moet worden, is volgens Holtkamp geen probleem: “dat niveau is dit jaar al bijna bereikt. Maar als Nederland er tegen 2019 in wil slagen om 65 procent in te zamelen, dan zullen alle betrokken partijen alle zeilen moeten bijzetten.”

Holtkamp is al in de aanloop naar de nieuwe wettelijke Regeling Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur betrokken geweest bij het overleg van de overheid met marktpartijen. In dat overleg bestond er verschil van inzicht over hoe de regeling zou gaan werken en hoe de verschillende voorgenomen eisen en maatregelen zouden uitpakken. De evaluatie daarvan is neergelegd bij het Monitoringsberaad, dat gevraagd en ongevraagd advies kan uitbrengen over

aanvullende maatregelen. Gemeenten, vertegenwoordigd door de VNG, de vereniging van gemeentelijke afvalbedrijven NVRD en de detailhandel zijn aan tafel uitgenodigd, omdat

zij als inzamelaars een belangrijke partij in de keten zijn. Alle deelnemende partijen hebben zich bij convenant aan het beraad gecommitteerd.

“Met zo’n brede samenstelling hebben wij het overleg niet eenvoudig gemaakt”, erkent Holtkamp. “Maar het grote voordeel is wel dát iedereen aan tafel zit en dat je dus heel breed verandering in beweging kunt zetten. Partijen die nieuw zijn in het inzamel- en recyclingsysteem kunnen leren van meer ervaren partijen. Zo creëer je een haasje-over effect.”

“Het Monitoringsberaad volgt de implementatie van de nieuwe wettelijke regeling en signaleert problemen die daarbij optreden. Waar nodig geeft het beraad een interpretatie van de regelgeving. Verder waakt het over de discipline van de partijen in de keten en de handhaving van de regels. Drie

tot vier maal per jaar komt het voltallige beraad bijeen in een vergadering die altijd resulteert in heldere to-do lijstjes en eventueel in adviezen aan de overheid. In bilaterale contacten en informele bijeenkomsten worden punten nader afgestemd.”

Ton Holtkamp vindt het heel belangrijk dat de overheid betrokken blijft. “Ambtenaren zijn klaar als de Algemene Maatregel van Bestuur geschreven is en gepubliceerd is in de Staatscourant”, weet hij uit ervaring. “Voor de industrie die de maatregelen moet implementeren, begint het dan pas.” Deze keer blijft het ministerie van Infrastructuur en Milieu ook tijdens de implementatiefase gecommitteerd, zo staat er in de aanstellingsbrief die Holtkamp heeft gekregen van de Directeur-Generaal Milieu, met de instructie om werk te maken van een voortvarend overleg.

Voor het ministerie is er een stok achter de deur, omdat het door Brussel zal worden aangesproken als Nederland niet aan de Europese inzameldoelstellingen voldoet. De producenten kunnen op hun vingers natellen dat zij dan op hun beurt aan gesproken kunnen worden op hun producentenverantwoordelijkheid. Volgens voorzitter Holtkamp geeft dat een nuttige prikkel om het beraad scherp te houden.

De ProducentenRaad

Collectieve producentenverantwoordelijkheid

Beraad en een gezamenlijke standpuntbepaling van producenten en importeurs van elektrische apparaten en verlichting zijn niet nieuw. Sinds 1999 hebben producenten en importeurs een verantwoordelijkheid voor de verwijdering van hun producten als die worden afgedankt. Nieuw is dat de inzamelcollectieven hier nu gezamenlijk in optrekken.

Dit is vormgegeven met de ProducentenRaad, een overlegstructuur zonder rechtspersoonlijkheid waarin vertegenwoordigers van de collectieve inzamelsystemen sinds juni 2014 deelnemen. Daaronder zijn de productstichtingen die lid zijn van de Vereniging NVMP en die Wecycle als uitvoeringsorganisatie inschakelen, te weten de stichtingen Bruingoed, ICT Milieu, LightRec, SMR, SVEG en Witgoed, en daarnaast de collectieven PV Cycle (zonnepanelen) en Weee Nederland BV. De nieuw opgerichte Zonne-energie Recycling Nederland (ZRN) is uitgenodigd. De stichting RTA, die zich richt op professionele apparatuur, is uit het overleg gestapt. Wecycle neemt als adviseur deel aan de vergaderingen.

De ProducentenRaad komt sinds juni 2014 maandelijks bijeen. Op de agenda staat steeds de gang van zaken van de invulling van de producentenverantwoordelijkheid voor e-waste en hoe er blijvend voldaan wordt aan de wettelijke inzameldoelstellingen. Producenten realiseren zich dat zij via hun inzamelsystemen hun uiterste best moeten doen om zoveel mogelijk in te zamelen, opdat de doelstellingen in 2019 behaald worden. Nu er verschillende systemen actief zijn, is niet evident dat elk systeem voor zijn deelnemende producenten exact de hoeveelheid inzamelt die de doelstellingen vereisen. Om te zorgen dat WEEE-systemen zoveel mogelijk inzamelen tot het moment dat zij hun doelstellingen hebben behaald, zal er een vereffening (clearing) moeten plaatsvinden. In Nederland is gekozen voor een systeem van financiële vereffening, dus niet op basis van fysieke hoeveelheden of een regionale verdeling.

Daarnaast blijven communicatiecampagnes onverminderd nodig om consumenten en bedrijven te stimuleren hun afgedankte apparatuur en lampen gescheiden in te leveren. Ook blijft onderzoek noodzakelijk om beter inzicht te krijgen in de afvalstromen en in de beste wijze van inzameling en verwerking. Deze activiteiten worden aangeduid als ‘Maatschappelijke Taken’ en vallen onder de verantwoordelijkheid van de ProducentenRaad. Zij zal besluiten over omvang en noodzaak en over de uitvoerende organisatie.

Strakke handhaving is nodig om te zorgen dat de nieuwe marktorde onder de nieuwe regels naar behoren functioneert. Producenten- en recyclingorganisaties hebben gezamenlijk aangedrongen op een gedegen handhaving door de overheid. Deze handhaving dient zich in hun ogen in eerste instantie te richten op niet-gecertificeerde verwerkingsbedrijven die in strijd met de regels toch e-waste verwerken.

Het Nationaal (W)EEE register

Eerste rapportage geeft uitzicht op groei

De eerste rapportage van het Nationaal (W)EEE Register is afgelopen zomer verzonden aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Het register rapporteerde over het jaar 2014 dat producenten en importeurs samen 317 miljoen kilo aan nieuwe elektr(on)ische apparatuur en verlichtingsartikelen op de markt hebben gebracht (Put on Market of PoM). Inzamelsystemen en verwerkers hebben 140 miljoen kilo afgedankte apparaten ingezameld. Daarmee komt het inzamelpercentage op 44,3 procent, minder dan een procentpunt onder van de doelstelling die de Regeling AEEA voor volgend jaar als minimum stelt.

De registratie zal dit jaar naar verwachting toenemen als het nieuwe registratieproces warmdraait. Een aantal producenten en verwerkers ontbrak de eerste keer omdat zij te laat waren of zich nog niet bewust waren van hun verplichting tot opgave van verkochte of ingezamelde apparatuur. Zij zijn door het register allemaal op de verplichting en de deadline voor 2015 gewezen. Verder ligt het in de lijn der verwachting dat verwerkers die het sinds medio dit jaar verplichte WEEELABEX certificaat niet hebben gehaald, hun e-waste zullen doorschuiven naar collega’s die wel gecertificeerd zijn. Gecertificeerde partijen zullen het overgenomen volume gaan registreren. Het Nationaal (W)EEE Register specificeert de rapportage in tien categorieën en acht subcategorieën, wat een aardige inkijk geeft in de registratie van de verschillende soorten apparaten. Afgedankte koel- en vriesapparatuur bijvoorbeeld, waarvan de oude exemplaren belast zijn met CFK’s, worden bovengemiddeld geregistreerd: het aantoonbare inzamelpercentage hiervan ligt op 53 procent van PoM. Voor wasmachines, drogers en andere groot witgoedapparaten ligt dat percentage op slechts 35 procent. Deze zware apparaten worden net als koelkasten vaak door de leverancier bezorgd waarbij de oude exemplaren worden meegenomen. Maar wasmachines en aanverwante metaalrijke apparaten vinden blijkbaar relatief vaak hun weg naar de metaalhandel en ongeregistreerde verwerking. Het groot witgoed is de zwaarste categorie, goed voor meer dan eenderde van het totale volume, zodat een hoger registratiepercentage ook zwaar doortikt in het gerapporteerde totaal.

Audio- en videoapparatuur scoort met bovengemiddelde inzamelpercentages. Het gewicht van de geregistreerde inzameling van televisies is zelfs groter dan dat van nieuw verkochte toestellen, maar dat komt vooral omdat zware beeldbuizen worden afgedankt terwijl veel lichtere platte beeldschermen op de markt worden gebracht. In mindere mate gebeurt dat bij computerbeeldschermen. Het inzamelpercentage van audio- en videoapparatuur van 68 procent wordt wellicht enigszins geflatteerd doordat consumenten hun geluidsapparatuur afdanken als zij overstappen op digitale muziekdiensten als Spotify.

Het inzamelpercentage van energiezuinige lampen ligt op het gemiddelde. Van de afgedankte kleine huishoudelijke apparaten wordt slechts dertig procent ingezameld en elektrisch gereedschap en speelgoed slechts half zoveel. Met name speelgoed wordt lang niet altijd als e-waste herkend en kleine artikelen verdwijnen gemakkelijker in het restafval of in andere afvalstromen. Bewustwording om gebruik te maken van de infrastructuur die de producenten hebben aangelegd in de vorm van inleverbakken in winkels, is hier een belangrijk wapen om het inzamelpercentage omhoog te krijgen.

In de rapportage van het Nationaal (W)EEE Register valt verder op dat Wecycle verantwoordelijk is voor de bulk van het geregistreerde volume, namelijk 38 van de 44 procent. De verwerkers die e-waste zelf inzamelen of inkopen registreren vooral het meer waardevolle e-waste, zoals afgedankte ICT-apparatuur, groot witgoed en kleine huishoudelijke apparaten. In de registratie van ICT-apparatuur zijn de verwerkers zelfs groter dan de collectieve systemen.

Retour, over inzameling en recycling van e-waste

Retour is een uitgave van de producenten en importeurs van elektrische apparaten en energiezuinige verlichting, verenigd in de NVMP. Hiermee houdt de NVMP u twee keer per jaar op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen op het gebied van e-waste in Nederland en Europa. De standpunten van de producenten en importeurs over diverse onderwerpen vindt u op nvmp.nl. Hier staat ook nadere informatie over de productstichtingen die met elkaar de Vereniging NVMP vormen: Stichting Bruingoed, Stichting ICT Milieu, Stichting LightRec Nederland, Stichting Metalektro Recycling, Stichting Verwerking Centrale Ventilatoren, Stichting Verwijdering Elektrische Gereedschappen en Stichting Witgoed.